Home » Materialen » Wandelstokken » Gebruik van wandelstokken

Gebruik van wandelstokken

Voor veel mensen is het in het begin even wennen om met wandelstokken te lopen. Eén stok gebruiken gaat vaak nog vanzelf, maar met twee stokken verandert je loopritme merkbaar. In deze uitleg gaan we uit van het gebruik van twee wandelstokken, omdat dit niet alleen meer balans en ondersteuning geeft, maar ook de belasting op knieën, rug en gewrichten beter verdeelt. De meeste wandelaars ervaren na enige gewenning meer comfort en stabiliteit met twee stokken dan met één.

Vasthouden van de handgrepen

Een veelvoorkomende fout is dat wandelaars de handgrepen stevig vastknijpen. Dat is niet nodig en zelfs nadelig. Laat je hand ontspannen op de greep rusten, waarbij de polsband het grootste deel van het gewicht opvangt. Zo voorkom je vermoeide handen, beperk je zweten en behoud je meer controle en beweeglijkheid tijdens het wandelen. De juiste afstelling van de polsband zorgt ervoor dat je hand niet steeds hoeft te knijpen om de stok vast te houden.

Lopen op vlak terrein

Ook op vlakke paden kunnen wandelstokken van grote waarde zijn, vooral bij lange tochten of als je een zware rugzak draagt. De belasting op knieën en heupen wordt erdoor verminderd, wat vooral prettig is bij repetitieve belasting.

Gebruik op vlak terrein een diagonaal ritme: de rechterstok beweegt tegelijk met de linkervoet en andersom. Dit zorgt voor een natuurlijke loopbeweging. Zorg ervoor dat je ellebogen in een hoek van ongeveer 90 graden staan als je de stokken vasthoudt. Dat is de meest efficiënte houding voor vlak terrein.

Bergopwaarts lopen

Bij stijgen is het verstandig om de stokken iets korter te maken. Zo kun je ze vóór je plaatsen, terwijl je je rug recht houdt en de kracht beter via je armen verdeelt. Bij steile beklimmingen kun je overwegen om beide stokken tegelijk te gebruiken als steunpunt, en jezelf ritmisch omhoog te duwen via je polsen. Dat ontlast knieën en onderrug aanzienlijk.

Bergafwaarts lopen

Bij afdalingen verleng je de stokken een beetje, zodat je ze verder voor je uit kunt zetten. Hierdoor houd je makkelijker je balans en voorkom je dat je voorover gaat leunen. Een rechte houding is niet alleen ergonomisch beter, maar geeft ook meer overzicht op het pad. Sommige mensen kiezen ervoor om de stokken kort te houden en wat voorovergebogen te lopen; dat blijft een kwestie van persoonlijke voorkeur, zolang de techniek veilig blijft.

Traverseren langs een schuine helling

Als je een helling traverseert, dus zijwaarts beweegt over een schuine bergwand, is het handig om je stokken ongelijk af te stellen. De stok aan de hoge zijde van de helling stel je korter in, de stok aan de lage zijde langer. Zo houd je je schouders en bovenlichaam beter in balans. Gebruik je maar één stok, houd die dan altijd aan de bergzijde vast (de hoge kant). Dat biedt meer controle en voorkomt dat je uit balans raakt als de stok wegschiet.

Extra tips voor moderne gebruikers

Moderne stokken hebben vaak ergonomisch gevormde handgrepen, verwisselbare doppen en antislipmateriaal op de schacht. Maak daar gebruik van door je stokken af te stemmen op het terrein: gebruik rubberdoppen op asfalt of stenen, en een scherpe punt op zachte of gladde ondergrond. Probeer ook eens het gebruik van een gelijke cadans met je passen: veel stokken worden geleverd met instructies over loopritme of zelfs met metronoom-apps om je techniek te verbeteren.

Tot slot: neem de tijd om je techniek onder de knie te krijgen. Een paar oefentochten in bekend terrein kunnen al voldoende zijn om het verschil te voelen. Met de juiste instelling en techniek vormen wandelstokken een essentieel onderdeel van een comfortabele en efficiënte wandelervaring.