WWH, groep 1, de belevenissen, oftewel: het maakt niet uit wat je doet, als het verhaal de moeite maar waard is…
Zaterdagmorgen. Eigenlijk wel redelijk weer en met enige spijt zagen de leden van groep 1 de vertrekkende groepen 2 en 3. Lang duurde de treurnis niet, al snel werd besloten om ook op pad te gaan en de duistere binnenlanden van het Ardense te gaan verkennen. Voorbereidingen om deze expeditie tot een goed einde te brengen waren snel getroffen en niet veel later vertrokken wij, de duistere binnenlanden tegemoet.
De dragers waren weer eens niet op komen dagen, zodat wij onze niet onaanzienlijke bagage zelf mee moesten torsen. Aldus bepakt en bezakt werd, om mij nog steeds niet geheel duidelijke redenen, een gemarkeerd pad gevolgd hetwelk ons al spoedig over een bergpas voerde waar het eerste geklaag van de deelnemers aan deze tocht hoorbaar werd. Gezamenlijk werd vastgesteld dat zo'n eerste colletje toch iedere keer weer het nodige vergt. De top werd echter toch bereikt, iets waaraan in eerste instantie, gezien de afwezigheid van dragers, aan getwijfeld werd. De top bereikt hebbende werd er genoten van uitzichten over het schitterende landschap, geroepen van "ooo" en "aaa" waarop de route zich vervolgde in een bos. Met bomen. Enige deelnemers aan de expeditie merkten in dit stadium van de tocht pas op dat het pad gemarkeerd was met kleine groene konijntjes, die later hazen bleken te zijn. Verwarring al om, dat begrijpt u, doch door simpelweg het pad te volgen konden wij ons door het bos begeven en maakten wij ons niet druk om het vraagstuk haas of konijn. Jolijt en babbel voerden de boventoon, ondanks het riskante karakter van de expeditie zat het met de sfeer wel goed.
Een korte onderbreking werd gebruikt om de benen enige rust te geven, iets waarvan de expeditieleden gretig gebruik maakten. Etenswaren werden genuttigd, dranken gedronken en al spoedig bleek eenieder weer in staat de tocht te hervatten. Groot was echter onze verbazing toen bleek dat het riviertje dat onder aan de berg stroomde HETZELFDE riviertje bleek te zijn als het riviertje naast het basiskamp! Verbazing straalde van de gezichten. Natuurlijk was dit te wijten aan het niet meenemen van een gids, iets wat in de binnenlanden van Belgie (of Absurdistan, zoals het in voorbije tijden ook wel genoemd werd) toch wel noodzakelijk is. Enige mijlen verder werd ons vermoeden bewaarheid; het basiskamp doemde op voor onze van verbazing wijd opengesperde ogen. De kreten van"drommels" en "potverdrie" waren niet van de lucht. Ons doel, contact maken met de inboorlingen, was tenslotte nog niet volbracht en in gezamenlijk overleg werd dan ook besloten om nog dezelfde dag een nederzetting te bezoeken, alwaar wij verwachten in contact te komen met voornoemde inboorlingen. Welnu, dit hebben wij geweten…..
Een ferme pas resulteerde in een spoedig zichtbaar worden van de eerste tekenen van bewoning: een supermarkt. Deze plek (waar de inboorlingen hun levensmiddelen verzamelen) werd echter gemeden, wij hadden het plan opgevat daadwerkelijk een van de meest heilige plaatsen te bezoeken, waar de plaatselijke bevolking hun offers plengden in de vorm van vele zogenaamde "Pinten" aan de Goden. Na een behoorlijk zware urban hike kon er een keus gemaakt worden uit verschillende zogenaamde "Staminee's". De eerste bleek echter van een dermate smoezeligheid en bovendien te kort te komen aan barruimte ( de "bar" is te vergelijken met een altaar, maar dan anders) dat een uitwijkmanoeuvre werd uitgevoerd en een tweede, ietwat ruimere offerplaats bleek al spoedig voorhanden.
Na plaatsgenomen te hebben aan wat achteraf gezien de heilige stamtafel moet zijn geweest wilden wij zoals te doen gebruikelijk in dergelijke etablissementen een zogenaamde "bestelling" plaatsen. Het bleek echter onverwachts moeilijk oogcontact, laat staan verbaal contact, tot stand te brengen met de hogepriester, die met enige discipelen aan de bar stond te praten. Na enige tijd lukte dit toch, zodat wij de plaatselijke specialiteiten konden beoordelen. Het bleek mogelijk alcoholhoudende dranken te bestellen, doch dit durfden wij niet aan. De verhalen die wij thuis hadden gehoord over de vreemde gevolgen van dranken zoals Belgisch bier en dergelijke (ongecontroleerde bewegingen, babbellust en, op termijn, braakneigingen) deden ons besluiten enige minder gevaarlijke brouwsels te nuttigen. Na ampel beraad werden daarom de navolgende exotische specialiteiten besteld: Sjookolaa sjoo sans sjantelie (Een donkerbruine, ietwat drabbig brouwsel, vergezeld van een baksel lijkende op scheepsbeschuit), kafee au lèè, kafee nwaar (Eveneens drab, doch met een net iets ander smaakje, uitgevoerd in de kleuren wit, respectievelijk zwart) en Dzjuu dooranz (geperste lokale vrucht). De dranken werden met een vriendelijkheid op de stamtafel gezet die werkelijk hartverwarmend was (de vriendelijkheid, niet de stamtafel.).
Vanuit onze ooghoeken konden wij het gedrag der inboorlingen observeren en al spoedig bleek dat zij bezoek van vreemdelingen dan wel niet echt op prijs stelden doch dit inmiddels wel gewend waren, wij waren daar niet weinig blij om, vijandelijkheden zouden uitblijven. Na nog enige zogenaamde "ronden" drankjes te hebben besteld en tot de laatste druppel opgedronken te hebben (In Absurdistan is het een belediging om ook maar een druppel in een mok te laten zitten) besloten wij tot opstappen want nog eten ook natuurlijk! Wie schetst echter onze verbazing toen de hogepriester met een vodje, waarop enige hiërogliefen waren gekrabbeld, onze aandacht trok, woeste klanken uitstotend. De linguïsten onder ons dachten uiteindelijk begrepen te hebben dat de beste man een beloning voor zijne noeste arbeid verwachtte, een offerande in metaal en papier werd gemaakt en inderdaad bleek dat de bedoeling te zijn. Genoemd metaal en papier werd opgeborgen in een offerblok en het geeft een prettig gevoel te weten dat het daar waarschijnlijk tot in lengte van dagen als lokaal curiosum zal blijven liggen.
De weg naar het basiskamp was onverwachts kort, wij hadden ook zoveel om over te praten onderweg, je maakt dergelijke zaken niet iedere dag mee natuurlijk! Eenmaal aangekomen werd genoten van een ferme hap onder wegwaaiende tarpen, gevolgd door een bezoek aan de bar (uiteraard een imitatie van the real stuff, het blijft natuurlijk geen feest) in het basiskamp. De gebeurtenissen van de dag werden uitgebreid besproken maar al spoedig diende Klaas Vaak zich aan en kropen de expeditieleden moe maar voldaan te zak. Ondergetekende had daar wat moeite mee. Fleecebinnenzakken bleken zowel gedraaid, binnenstebuiten als tegelijkertijd ondersteboven gesitueerd te kunnen zijn, hetwelk aanzienlijke belemmeringen opwerpt bij het bemannen van de eigenlijke slaapzak. Na een draaierig halfuurtje was een en ander toch naar behoren geregeld, ware het niet dat ondergetekende toen weer nodig moest plassen. Het blijft toch afzien, dat hiken!
Na een fikse nacht slaap en een hartig ontbijt werd, op een al iets later uur, moedig besloten de nederzetting van gisteren nogmaals te bezoeken, ditmaal met het oogmerk over te gaan tot het nuttigen van het door de inboorlingen zelf genuttigde voedsel. Ook dit was ons afgeraden door ervaren Absurdistanbezoekers, wij konden de verleiding echter niet weerstaan! Bij inspectie bleek dat (hadden wij anders kunnen verwachten?) de dragers wederom niet tijdig ter plekke waren. Als excuus hebben zij aan kunnen voeren dat in de nachtelijke uren een zeldzaam klimatologisch verschijnsel optrad, te weten "Sneeuw". Dit is te vergelijken met een dikke laag poedersuiker op uw gazon, alleen kouder en het gazon was in dit geval een moddervlakte. Maar goed, het lijkt er enigszins op, als u een betere vergelijking weet mag u het zeggen, ik geef mijn mening graag voor een betere. Welnu!
Niettegenstaande het feit dat wij in onze gang belemmerd werden door de sneeuw togen wij, verkwikt door slaap en ontbijt, richting nederzetting, waar wij vlak voor de traditionele "lunchtijd" arriveerden. Van verre drong de lucht van de exotische specialiteiten al in onze gretige neusgaten en opgewonden keken wij elkaar aan; wat zou ons voor uitheems-culinair genot te wachten staan? Nou, lezer, wij werden niet teleurgesteld! Verre van dat, zelfs. De door ons gefrequenteerde "friterie" blonk uit, ver boven verwachting. Ook hier weer dienden bestellingen opgegeven te worden, de hogepriester (hoewel, hoog, ergens bekruipt me nu het vermoeden dat het ook het lokale equivalent van een Kapelaan geweest kan zijn) was beter benaderbaar dan die van gisteren. Op tableaus aan de wand was een overzicht leesbaar van de aangeboden waar, zodat na bestudering een keus gemaakt kon worden. Tot onze verrassing konden wij niet alleen maar de hier ten lande zo zeldzame "Frieten" krijgen, doch wij konden deze laten vergezellen van maar liefst veertien sauzen! De verleiding dit te doen was groot, temeer daar de kapelaan er zo trots op bleek te zijn maar we wilden niet gulzig overkomen, per pak friet hebben wij ons slechts bij één saus gehouden. We moeten natuurlijk, en dit is iets wat wij nooit mogen vergeten bij bezoeken aan contreien zoals Absurdistan, WEL het goede voorbeeld geven. Enfin, al spoedig zaten wij te genieten van specialiteiten zoals Friet met Sauce Tartare, Friet met Sauce Diablo, Kalkoensticks, Berenklauwen en Frikandellen. Hoewel we allemaal aan de smaken moesten wennen beviel het voedsel ons uitstekend!
De ervaringen van gisteren rijker, en overigens ook op aandringen van de Kapelaan, hadden wij onze offerande van tevoren al verricht, zodat niets ons vertrek in de weg stond nadat we onze, waarschijnlijk speciaal voor ons geprepareerde, plastic borden hadden geledigd. Een zeldzaam moment deed zich nog voor toen ondergetekende, als laatste het pand verlatend, nog een blik wierp op enige inboorlingen die zich te goed deden aan, u zal het nooit raden…. Een stokbroodje Friet! Mijn reisgenoten waren er slechts na een blik door het raam van overtuigd dat mijn omschrijving van het gerecht correct was, en menig schouderklopje heb ik moeten ondergaan om mijn opmerkingsgave te prijzen. Gelukkig is de ontdekker van nieuwe, nog nooit door niet-inboorlingen geziene gerechten….. Hoewel ik het niet heb overlegt met mijn reisgenoten heb ik besloten dit gerecht "Hekkefriet" te noemen, zodat mijn persoon in dit gerecht vereeuwigd zal worden.
Inmiddels zat de drang tot ontdekken weer stevig in de benen, en na een uitgebreide bezichtiging van opslagplaatsen voor de vervoersmiddelen van de inboorlingen liepen wij richting outskirts. Een koortsachtige drang deed ons besluiten niet via de reeds betreden paden terug te keren naar het basiskamp, besloten werd om de tot op heden onverkende rivierroute te nemen! Uiteraard wogen wij de risico's af, onvoorbereid op een dergelijke tocht gaan grenst aan het randje van onverantwoordelijk. Toch vonden wij dat wij, met al onze kunde en ervaring, dit waagstuk wel aankonden! Na enige tegenslag bevonden wij ons op een muur, die parallel aan de rivier liep, waarschijnlijk onderdeel van de vestingwerken. Gelukkig waren er in geen velden of wegen schildwachten te bekennen, zodat wij ongestoord verder konden. Na het oversteken van een zijrivier werd het water gevolgd, iets wat steeds lastiger bleek te worden toen het pad overstroomd bleek te zijn. Een hachelijke onderneming, bleek nu, maar onverstoorbaar werd besloten verder te gaan, hoewel een van onze teamgenoten een fraaie val maakte, meer een lange glij, eigenlijk, op de verleden winterspelen bij het rodelen waarschijnlijk goed geweest voor een nieuw wereldrecord. Op dergelijke momenten is het moeilijk om niet in spontaan gejuich uit te barsten, om verkeerd begrijpen te vermijden heeft ondergetekende echter zijn smoelwerk keurig in model gehouden, inwendig gniffelend echter.
Sloten overstekend, moddermoerassen doorkruisend en drie-meterbossen doordringend stoten wij op een kleine nederzetting. Deze vanuit de verte observerend werd geconcludeerd dat deze nederzetting wel eens bewoond zou kunnen worden door een agrariër, die, zoals ervaren reizigers weten, zich plegen uit te rusten met dubbelloops geweren, geladen met schroot, om zich tegen vermeende kwaadwillende indringers te verdedigen. Groot was dan ook onze onrust bij het benaderen van dit kamp, nog groter toen bleek dat er geen andere weg was dan over het erf om weer op de juiste route te komen. Ondergetekende nam de koppositie, ervaring leert dat dit de beste plek is, gezien het feit dat de achterste over het algemeen de hagel in de broek krijgt. Doodstil slopen wij over het erf, richting pad…… NET op het moment dat wij meenden het kampement veilig doorkruist te hebben werd ineens het woord tot ons gericht. Vroegere ervaringen op dit gebied bliksemsnel door het hoofd geschoten hebbende besloot ik stug door te lopen, temeer omdat mijn reisgenoten meenden de woeste kreten van de agrariër te moeten beantwoorden in wat ze in plaatselijk dialect opgepikt hadden, zoal "pardonnemwa" en " ekskuusemwa sievoplè". Gehaast verlieten wij deze onvriendelijke plaats, gelukkig ongedeerd. Vermoedelijk waren de patronen, geladen in de dubbelloops, door de aanhoudende neerslag van de vorige dagen vochtig geworden, anders had het ons nog dun door de broek kunnen lopen!
Langzaam nam de spanning af, de eerste grapjes over het hachelijke avontuur werden alweer gemaakt, toen wij het basiskamp weer in zicht kregen. Na nog wat heftige overstijgingen van prikkeldraadversperringen bereikten wij ons basiskamp, ongedeerd maar ons wel bewust van de onverantwoorde risico's die wij die dag genomen hadden. Een hartversterking was dan ook noodzakelijk en de diverse versnaperingen gingen er goed in.
Ondanks het geweldige gezelschap en het verlangen de avonturen te horen van de groepen twee en drie moesten wij besluiten om weer huiswaarts te keren. Na onze omvangrijke uitrusting ingeladen te hebben, daarbij constaterend dat de victualiën ons nog zeker anderhalve maand in leven hadden kunnen houden, verlieten wij met gemengde gevoelens het basiskamp. Verdrietig, omdat we toch het gevoel hadden een hoofdstuk af te sluiten, en blij, want we mochten weer naar huis (lees: eigen toilet, warm bad, grote keuken om normaal in te kunnen koken en dergelijke geneugten). Bij het overschrijden van de Nederlandse grens maakte een weemoedig gevoel zich van ons meester, hetwelk wij konden verdrukken met de gedachte dat deze expeditie zeker herhaald zou worden! In dat geval zal ik zeker van de partij meeblazen. Misschien durf ik de volgende keer toch de alcoholische dranken in de lokale staminee te proeven.
Hekkie.
|